Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1968

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1968

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1968, ECLI:NL:PHR:1968:AC4232.

De vraag, of — als het in middel III, onderdeel a, bedoelde goedkeuringsbesluit nietig is — [gerequesteerde] zich zonder meer zou hebben kunnen beroepen op de nietigheid en/of op de ongeldigheid van het ontslagbesluit, derhalve op de nietigheid en/of op de ongeldigheid van het besluit der algemene vergadering van een andere naamloze vennootschap, in casu: van de dochtermaatschappij ( [verzoekster] N.V.), is m.i. ontkennend te beantwoorden. Immers de rechtsgeldigheid van een besluit van een vergadering van aandeelhouders in een naamloze vennootschap (wel te onderscheiden van de geldigheid van een in zodanige vergadering uitgebrachte stem van een aandeelhouder) kan niet afhangen van de rechtsgeldigheid van het besluit van een orgaan van een andere naamloze vennootschap, ook al maken beide vennootschappen deel uit van een concern waarin hun verhouding die is van een moedermaatschappij tot een dochtermaatschappij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4b79a21389cd44da2ffc39e6cc402d42034dc782d59bf50a7e3246c595cf53e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4b79a21389cd44da2ffc39e6cc402d42034dc782d59bf50a7e3246c595cf53e, en de alinea staat in dat document op bytes 18509 tot 19450.