Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 1968

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 1968

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 1968, ECLI:NL:PHR:1968:AC4812.

Zouden zulke gelden, en dus ook overeengekomen huurpenningen, in naam van een gemeente worden gevorderd dan worden zij ingevolge art. 275 voor plaatselijke belastingen gehouden, hetgeen betekent dat de gemeente die gelden niet mag vorderen als verschuldigd krachtens een privaatrechtelijke overeenkomst. En mogen zij uit dien hoofde niet worden gevorderd, dan mogen zij a fortiori niet bij overeenkomst worden bedongen. Bij de conceptovereenkomst van huur en verhuur werden door de Gemeente huurpenningen, en dus gelden, bedongen voor het overeen te komen gebruik van een voor de openbare dienst gemeentewerk overeenkomstig de bestemming van dit werk, en wel ten bedrag van 1,4 % van het totaal bedrag van de door middel van het verkooppunt te verkopen hoeveelheid benzine, te berekenen naar de verkoopprijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b2af6ed8410e03582738586fc6358cd6dfc5902a96f1798a415a3e915cc576d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b2af6ed8410e03582738586fc6358cd6dfc5902a96f1798a415a3e915cc576d, en de alinea staat in dat document op bytes 19044 tot 19865.