Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 1969

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 1969

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 1969, ECLI:NL:PHR:1969:2.

Wij hebben hier derhalve met verschillende begrippen te doen. Dat de Rechtbank eerst vaststelde, dat hier niet sprake was van een openbare weg was derhalve in zekere zin overbodig. Toch is het natuurlijk wel zo, dat wegen, die wegenrechtelijk openbaar zijn, ook vaak feitelijk toegankelijk zijn en omgekeerd. Met andere woorden de wegenrechtelijke niet-openbaarheid kan een indicatie zijn voor de feitelijke niet-openbaarheid. Welnu, zo opgevat kunnen wij stellen, dat ons het oordeel van de Rechtbank, dat op grond van de R.T.L. moet worden aangenomen, dat de weg niet-openbaar was ons juist voorkomt. Blijft echter de (beslissende) vraag van de zg. feitelijke openbaarheid, die in wezen natuurlijk ook een juridische, zij het verkeersrechtelijke openbaarheid is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46b8863f252d4da70036ab9529e6b3ef6148dc786d417d97f081ced886ed9136. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46b8863f252d4da70036ab9529e6b3ef6148dc786d417d97f081ced886ed9136, en de alinea staat in dat document op bytes 10607 tot 11385.