Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 1969
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 1969
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 1969, ECLI:NL:PHR:1969:2.
Het eerste doet zich voor, wanneer de weg door de rechthebbende met een hek of een slagboom is afgesloten, het tweede wanneer de weg categorisch of absoluut tot verboden terrein is verklaard. Een voorbeeld van dit laatste is te vinden in Rb. Dordt. 16 oct. 1958 V.R. 1960 no. 68. Weliswaar heeft het Hof 'sBosch (16 oct. 1958 V.R. 1960 no. 67) aangenomen, dat ook in dat geval een weg voor het openbaar verkeer openstaand kan zijn, nl. indien het verbod ‘’Verboden Toegang’’ niet wordt gehandhaafd, maar met B. de Goede (V.R. 1960 p. 137) zou ik dit in het algemeen niet juist willen achten. Zodra het betreden duidelijk wederrechtelijk is, kan de weg niet meer geacht worden ‘’open te staan’’, al is hij toegankelijk (H.R. 30 maart 1931 N.J. 1931 p. 1030).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46b8863f252d4da70036ab9529e6b3ef6148dc786d417d97f081ced886ed9136. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46b8863f252d4da70036ab9529e6b3ef6148dc786d417d97f081ced886ed9136, en de alinea staat in dat document op bytes 12009 tot 12834.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/46b8863f252d4da70036ab9529e6b3ef6148dc786d417d97f081ced886ed9136 | shasum -a 256