Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 1969

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 1969

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 1969, ECLI:NL:PHR:1969:2.

In het belang der wet heb ik de eer mij in cassatie te voorzien van het hierbij overgelegde in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank te Haarlem van 11 januari 1968 — inmiddels gepubliceerd in V.R. 1968 no. 9 met noot van Besier — in de zaak tegen [verdachte], waarbij deze is vrijgesproken van — kort gezegd — het op 28 juli 1967 te Haarlemmermeer als automobilist op een voor het openbaar verkeer openstaande weg op de Luchthaven Schiphol rijden zonder kenteken — derhalve van een op art. 9 lid 1 onder 1e W.V.W. afgestemde telastelegging — waarbij de Rechtbank overwoog, dat met name niet bewezen was, dat de weg waarover gerequireerde op voormelde luchthaven had gereden een voor het openbaar verkeer openstaande weg was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46b8863f252d4da70036ab9529e6b3ef6148dc786d417d97f081ced886ed9136. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46b8863f252d4da70036ab9529e6b3ef6148dc786d417d97f081ced886ed9136, en de alinea staat in dat document op bytes 4210 tot 4973.