Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 1971

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 1 december 1971

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 1971, ECLI:NL:PHR:1971:2.

De Kantonrechter heeft in zijn overwegingen zowel het eerste als het tweede lid van artikel 38 R.O. betrokken. Voor wat het eerste lid betreft zou ik des Kantonrechters oordeel niet willen bestrijden. Uw meer genoemde arrest geeft m.i. ook geen enkele reden om te menen dat Uw Raad met dit oordeel niet zou instemmen. De strijd met Uw rechtspraak ligt naar mijn mening louter en alleen in de sfeer van lid 2. Het argument van de Kantonrechter voor wat betreft lid 2 is dat dit uitsluitend op rechtsverhoudingen zou zien, waaruit met tussenruimte telkens verbintenissen zouden ontstaan die elk afzonderlijk beneden de bovengrens van zijn competentie blijven. Dit is een mening die Uw Raad in het arrest van 6 november 1970, blijkens de samenvatting van de feiten die het arrest geeft, impliciet maar ondubbelzinnig heeft verworpen. Met dit oordeel stem ik volkomen in en nog afgezien daarvan zou verandering van een zo kort geleden omtrent een bevoegdheidsvraag ingenomen standpunt mij zeker reeds als zodanig niet aanbevelenswaardig voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a6d27a88f28ca1c07994f1893a977394d39492021c52d3c914b4c975825c9ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a6d27a88f28ca1c07994f1893a977394d39492021c52d3c914b4c975825c9ea, en de alinea staat in dat document op bytes 12000 tot 13056.