Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 1972
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 28 april 1972
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 1972, ECLI:NL:PHR:1972:AB4264.
De wet kent in de regelen nopens de verwering en het voldingen der zaak (artt. 135-149 Rv.) niet de mogelijkheid dat, bij het verloop van een geding als het onderhavige, waarin partijen, na het wisselen der conclusiën, recht op de stukken hebben verlangd, nog een akte wordt genomen. Het nemen van zulk een akte zou, zoals de geëerde pleiter voor de eiseres heeft uiteengezet, het verloop van het geding ernstig kunnen vertragen, omdat, in een processuele situatie als de onderhavige, de procureur van de eisende partij gedwongen zou zijn om de bij conclusie van dupliek voor het eerst opgeworpen stellingen te beantwoorden, hetzij bij akte, hetzij (met toestemming van de wederpartij) bij nadere conclusie. Deze consequentie schijnt kwalijk te verenigen met de strekking van de regelen vervat in de artt. 135 - 149 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/718fb4bc8d016d85f794ca1305a4531b53a2c4f0ef018683465535e15f9a6a24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 718fb4bc8d016d85f794ca1305a4531b53a2c4f0ef018683465535e15f9a6a24, en de alinea staat in dat document op bytes 7533 tot 8367.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/718fb4bc8d016d85f794ca1305a4531b53a2c4f0ef018683465535e15f9a6a24 | shasum -a 256