Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 1972
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 28 april 1972
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 1972, ECLI:NL:PHR:1972:AB4264.
Aan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ligt ten grondslag het beginsel dat wel wordt aangeduid als de Verhandlungsmaxime (Star Busmann, Hoofdst. no. 212). Uit dit beginsel volgt, althans naar het mij wil voorkomen, dat de rechter, wanneer partijen, na van conclusiën gewisseld te hebben, verlangen dat de rechter op de stukken recht zal doen, de rechter ook op de overgelegde stukken recht moet doen waar het gaat om de vaststelling van over en weer gestelde feiten die terzake dienende zijn. Dit brengt m.i. mede dat de Rechtbank geen acht had mogen slaan op een akte ter rolle die eiseres volgens haar oordeel had kunnen nemen, maar die zij niet genomen heeft. Mitsdien komt mij alleszins gegrond voor de klacht, welke, blijkens de toelichting, wezenlijk er op neerkomt dat in een processuele situatie als de onderhavige toepasselijkheid mist de kennelijk door de Rechtbank toepasselijk geachte rechtsregel dat feiten voor erkend worden gehouden welke niet of onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/718fb4bc8d016d85f794ca1305a4531b53a2c4f0ef018683465535e15f9a6a24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 718fb4bc8d016d85f794ca1305a4531b53a2c4f0ef018683465535e15f9a6a24, en de alinea staat in dat document op bytes 8373 tot 9396.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/718fb4bc8d016d85f794ca1305a4531b53a2c4f0ef018683465535e15f9a6a24 | shasum -a 256