Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 mei 1973

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 11 mei 1973

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 mei 1973, ECLI:NL:PHR:1973:AC5347.

‘’Johan, enz. doen cond allen luden, dat wy wtgegeven, ende vercoft hebben, wtgheven, ende vercopen mit desen onsen jegenwoirdigen brieve voir ons, ende onsen erven, ende nacomelinge, Heren van Voerne, onsen lieven getruwen Gheryt van Buschusen, ende sinen erven, ende nacomelingen tot enen vryen eyghen, erflic, ende ewelic te hebben, ende te besitten, die rechte helfte van allen alsulken gorssen, landen, ende slyke, geheten Grysoerde, Dunenwaerde (lees Duvenwaerde), die Tonghe, Hugevliet, Helle Vremsgat, ende Battenoet, ende alle andere, hoe die genoemt mogen wesen, als hier na gescreven staet, ende gelegen syn tusschen desen bepalingen, ende marcken,hier na bescreven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9714e90f74416abc8c81e6c4fc8d9a6c1ccb8cee39a854d5dde1cd55a2c8dadf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9714e90f74416abc8c81e6c4fc8d9a6c1ccb8cee39a854d5dde1cd55a2c8dadf, en de alinea staat in dat document op bytes 8067 tot 8762.