Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 1973

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 1973

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 1973, ECLI:NL:PHR:1973:AD7415.

Mocht evenwel de door [eiseres] gestelde onder haar beroepsgenoten usantiële normschending komen vast te staan, dan lijkt mij grond aanwezig haar onrechtmatigheid andermaal ten aanzien van die beroepsgenoten, waaronder [verweerster] , te toetsen. De norm immers is, zoals vastgesteld, gegeven ter bescherming van de beroepsgenoten tegen te sterke onderlinge concurrentie. Degene, die de norm in de concurrentiestrijd schendt, handelt onrechtmatig tegenover zijn beroepsgenoten, omdat hij zich een wettelijk verboden voorsprong verschaft. Maar wanneer nu die beroepsgenoten zich usantiëel diezelfde wettelijk verboden voorsprong op elkander verschaffen, is er van een voorsprong geen sprake meer. De normschending blijft onrechtmatig, maar haar onbetamelijkheid (de verboden voorsprong) tegenover de beroepsgenoten is komen te vervallen. Misschien kan men ook als volgt redeneren. De gegeven norm strekt, naar is vastgesteld, tot bescherming van de beroepsgenoten tegen te sterke onderlinge concurrentie. Tengevolge van de usantiëel geworden normschending hebben de beroepsgenoten de geboden onderlinge bescherming afgewezen, weshalve zij hun recht verwerkt hebben haar jegens elkander in te roepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf2cff0b6ac53f2737036041c3774c563153fbb5d831bbdfe53179131b0c9587. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf2cff0b6ac53f2737036041c3774c563153fbb5d831bbdfe53179131b0c9587, en de alinea staat in dat document op bytes 9582 tot 10797.