Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 1973

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 1973

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 1973, ECLI:NL:PHR:1973:AD7415.

Bij de het onderhavig geding inleidende dagvaarding heeft verweerster in cassatie ( [verweerster] ) schadevergoeding gevorderd van eiseres tot cassatie ( [eiseres] ) ter zake van ongeoorloofde mededinging, hierin bestaande, dat [eiseres] door het in rekening brengen van lagere tarieven dan de wettelijk vastgestelde minimumtarieven een belangrijke cliënte van [verweerster] (een fabriek van gecondenseerde melk [A] ) zou hebben bewogen haar opdrachten tot vervoer in den vervolge aan [eiseres] te verstrekken. De Rechtbank heeft de handelwijze van [eiseres] onrechtmatig geoordeeld en heeft aan [verweerster] opgedragen te bewijzen het oorzakelijk verband tussen deze handelwijze en de door [verweerster] geleden schade. Bij het bestreden arrest heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf2cff0b6ac53f2737036041c3774c563153fbb5d831bbdfe53179131b0c9587. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf2cff0b6ac53f2737036041c3774c563153fbb5d831bbdfe53179131b0c9587, en de alinea staat in dat document op bytes 4359 tot 5175.