Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 januari 1975

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 15 januari 1975

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 januari 1975, ECLI:NL:PHR:1975:AX4065.

De voorgeschiedenis van art. 9, lid 2, VB '64 begint in 1892. Het wetsontwerp dat na wijziging en aanneming de Wet op de Vermogensbelasting 1892 werd (Bijlagen Handelingen Tweede Kamer, 1891-1892 - 125, nr. 2), bevatte in art. 7 een gedetailleerde regeling van de waarderingsmaatstaven. Voor gebouwde en ongebouwde eigendommen werd de waarde in beginsel afgeleid uit de opbrengst (art. 7, onder A); voor "Handelsvoorraden, schepen, vaartuigen en schuiten met toebehooren; vaste en losse werktuigen in fabrieken; paarden en voertuigen, tot welke doeleinden ook gebezigd, vee en voorwerpen voor de uitoefening van het landbouwbedrijf; goud- en zilverwerk, paarlen en edelgesteenten; zoomede alle overige roerende zaken" werd schatting "naar de verkoopwaarde" voorgeschreven (art. 7, onder G).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48541fe4deb05886b0b62f828bfc6c2c23dcc1045a9a12f918faaf0ce5bff0e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48541fe4deb05886b0b62f828bfc6c2c23dcc1045a9a12f918faaf0ce5bff0e9, en de alinea staat in dat document op bytes 5417 tot 6220.