Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 januari 1975

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 15 januari 1975

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 januari 1975, ECLI:NL:PHR:1975:AX4065.

Raad van beroep Amsterdam 16 december 1946, B. 8326, maakte op deze leer geen uitzondering, "nu belanghebbende uit overwegingen van menslievendheid, nl. ter wille van de employé's der n.v. van liquidatie ... heeft afgezien". Ik meen, dat men onder leiding van Uw Raad (in de genoemde arresten van 17 mei 1950 en 14 april en 13 oktober 1954) deze kwestie genuanceerder is gaan bezien: indien de liquidatie uit fatsoensoverwegingen, naar maatschappelijke opvatting, achterwege dient te blijven, zou het onjuist zijn haar bij de waardebepaling als mogelijk te blijven beschouwen (in gelijke zin M.J.H. Smeets, Rechtsgeleerd Magazijn Themis, 1957, blz. 536). Met zulke overwegingen en opvattingen zal in het economische verkeer rekening worden gehouden en een koper van aandelen of van een ondernemingsvermogen zal bij zijn bod ervan uitgaan, dat het going concern slechts gestopt kan worden, voor zover dit met morele en sociale overwegingen te rijmen valt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48541fe4deb05886b0b62f828bfc6c2c23dcc1045a9a12f918faaf0ce5bff0e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48541fe4deb05886b0b62f828bfc6c2c23dcc1045a9a12f918faaf0ce5bff0e9, en de alinea staat in dat document op bytes 28941 tot 29909.