Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 januari 1975

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 15 januari 1975

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 januari 1975, ECLI:NL:PHR:1975:AX4065.

Daarbij zal zonder twijfel aangenomen moeten worden, dat de onroerende goederen te [Q] en [R] behoren tot het complex, zijnde de onderneming van de vennootschap onder firma. Men kan betwijfelen, of dit ook geldt voor het onroerend goed te [Z]. Mij dunkt, dat daarvoor de etikettering, zoals deze voor de toepassing van de inkomstenbelasting heeft plaats gevonden - privé-vermogen voor het woongedeelte, buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen voor het overige -, niet doorslaggevend is. Veeleer zal men zich bij de schatting moeten afvragen, wat bij verkoop van het onroerend goed te [Z] - aan de beste koper - bedongen zou kunnen worden, indien het ondernemingsgedeelte in gebruik zou blijven bij de onderneming - ook indien deze zou zijn overgegaan op een ander, die voornemens zou zijn de onderneming voort te zetten -. Vermoedelijk is deze veronderstelling geheel of nagenoeg geheel gelijk aan die welke de ambtelijke deskundigen met betrekking tot het ondernemingsgedeelte van het onroerend goed te [Z] hebben gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48541fe4deb05886b0b62f828bfc6c2c23dcc1045a9a12f918faaf0ce5bff0e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48541fe4deb05886b0b62f828bfc6c2c23dcc1045a9a12f918faaf0ce5bff0e9, en de alinea staat in dat document op bytes 33101 tot 34144.