Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 1976

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 10 december 1976

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 1976, ECLI:NL:PHR:1976:1.

In appel spelen nog slechts twee hoofdkwesties een rol; in de eerste plaats de vraag naar de prijs die de van het land komende aardappelen hadden moeten opbrengen. Het geschil spitst zich hier toe op de vraag of als peildatum in aanmerking zou komen mei/juni 1971, toen het gewas had moeten opkomen en de prijzen bij verkoop veldsgewas nog hoog waren, dan wel september 1971, in welke maand gerooid zou zijn en in welke maand de aardappelprijzen zeer aanzienlijk gezakt waren. In de tweede plaats wordt getwist over de vraag wat de “netto-opbrengst” was van de bonenteelt, die [eiser] ter beperking van de schade op het voor de aardappelteelt bewerkte en sterk bemeste land had uitgezaaid. In cassatie is dit geschil nog slechts van belang, voor zover het Hof de eigen werkzaamheden van [eiser] niet heeft aanvaard als een onkostenpost, drukkend op de opbrengst van de bonenoogst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae87f9f6c7a228a53b5148a1424a0e20cc9772ef01c2a0e8067c2439713b3c9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae87f9f6c7a228a53b5148a1424a0e20cc9772ef01c2a0e8067c2439713b3c9a, en de alinea staat in dat document op bytes 5190 tot 6087.