Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 1976

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 10 december 1976

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 1976, ECLI:NL:PHR:1976:1.

Het valt m.i. ook niet goed in te zien dat de naar de abstracte methode te berekenen schade eerst op de dag van ontdekking of wellicht vaststelling van de wanprestatie geleden zou zijn. Als men uitgaat van een dekkingskoop ligt dit anders. Doch dat is in casu niet de inzet. De ontdekking van de ondeugdelijke levering doet de schade niet ontstaan, doch brengt slechts het feit dat ze geleden is en dat wellicht nog verdere schade zal worden geleden, aan het licht. Dit noodzakelijke tijdsverloop kan wel twijfel wekken aan het realiteitskarakter van het toepassen van zodanige schadeberekening als in ieder geval geleden schade op een geval als het onderhavige. Is de geleden schade in feite hoger, dan staat de abstracte berekening evenwel niet in de weg aan zodanig vordering, mits op deze basis opgezet. Ik moge hierbij nog verder verwijzen naar de noot van Zonderland N.J. 1972 no. 487 (p. 1368); Hofmann – Drion – Wiersma (1959), p. 138; Royer, R.M.Th. 1969, p. 52 e.v.; Bloembergen, Prf. Utrecht 1965, 36 onder b en c, no. 37. Zulke schade zal dan moeten worden aangetoond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae87f9f6c7a228a53b5148a1424a0e20cc9772ef01c2a0e8067c2439713b3c9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae87f9f6c7a228a53b5148a1424a0e20cc9772ef01c2a0e8067c2439713b3c9a, en de alinea staat in dat document op bytes 14092 tot 15189.