Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 1976
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 10 december 1976
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 1976, ECLI:NL:PHR:1976:1.
Analogie met art. 472 K. is nog ingeroepen. Dat artikel gaat uit van de marktwaarde op de dag dat het goed ter plaatse van bestemming had moeten worden afgeleverd. Zou dit in casu niet juist een argument voor september 1971 opleveren als de maand, waarin de aardappels hadden moeten worden geoogst en ter beschikking zouden zijn gekomen? Of wellicht voor 8 april 1971, omstreeks welke datum de litigieuze levering plaats vond, als men het accent meer op de pootaardappelen als zodanig legt? Voor de tussenfase mei/juni 1971 tussen het poten en oogsten levert dit artikel naar mijn gevoelen in eider geval geen motief op, ook niet als men die tijdsaanduiding voor het ogenblik van ontdekking aanvaardt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae87f9f6c7a228a53b5148a1424a0e20cc9772ef01c2a0e8067c2439713b3c9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae87f9f6c7a228a53b5148a1424a0e20cc9772ef01c2a0e8067c2439713b3c9a, en de alinea staat in dat document op bytes 21685 tot 22399.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae87f9f6c7a228a53b5148a1424a0e20cc9772ef01c2a0e8067c2439713b3c9a | shasum -a 256