Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 1976

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 1976

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 1976, ECLI:NL:PHR:1976:2.

Mij bij dezen in het belang der wet van in cassatie voorziende van het opgemelde vonnis van 18 februari 1976, voer ik daartegen als middel van cassatie aan dat de Kantonrechter, oordelend dat [eiser] niet onverschuldigd heeft betaald (ook niet de kosten van executie ten bedrage van f. 358, 60, althans de kosten van executie), omdat de Staat (het betalingsbevel) mocht gaan executeren, art. 52 Rv., althans het recht, heeft geschonden, omdat de Kantonrechter, aldus oordelend, heeft miskend dat de Staat, die het betalingsbevel is gaan executeren en mocht executeren, dit suo periculo deed, en dit, suo periculo doende, niet deed voor rekening en risico van [eiser], weshalve de Staat, nadat het betalingsbevel op het door [eiser] gedane verzet was vernietigd, gehouden was de door [eiser] aan de Staat betaalde kosten, welke aan de zijde van de Staat op de executie waren gevallen, terug te betalen, en [eiser], deze kosten aan de Staat betaald hebbend, ze onverschuldigd heeft betaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d99a6ea10338d33a8438ffd580434173abf72dcd2ed217ba7bcaff162759e30d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d99a6ea10338d33a8438ffd580434173abf72dcd2ed217ba7bcaff162759e30d, en de alinea staat in dat document op bytes 12199 tot 13200.