Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1977

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1977

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1977, ECLI:NL:PHR:1977:AC1877.

De klacht zal mitsdien moeten falen. Ik merk nog op dat bij de beslissing van het Hof merkwaardigerwijs wel een rol heeft gespeeld de omstandigheid dat [betrokkene 2] f 100,-- commissionairsloon aan [verweerder] in het vooruitzicht had gesteld (r.o. 3 g van het eindarrest), doch dat in dat arrest geen aandacht heeft gekregen de tussen partijen vaststaande omstandigheid dat [verweerder] voor zich ook een - met [betrokkene 3] die hem op dit paard had gewezen, bij helfte te delen - bedrag van f 500,-- provisie bedongen had van [betrokkene 1] . Men zie de c.v.a. p. 2, alinea 2 en laatste alinea; c.v.repl. onder 2, tweede stuk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb4641f203aa2340408820e275454df4329af8b563c7610bce2ec5c080a321a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb4641f203aa2340408820e275454df4329af8b563c7610bce2ec5c080a321a2, en de alinea staat in dat document op bytes 11582 tot 12262.