Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1977

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1977

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1977, ECLI:NL:PHR:1977:AC1877.

Het op de achtergrond liggende algemene probleem waarop de klacht wijst, ontstaat hierdoor dat weliswaar de commissionair zelf partij bij het afgesloten contract is, doch het betrokken en beschadigde belang bij de ander ligt, voor wiens rekening hij heeft gehandeld. Dit uit zich ook in deze onevenwichtigheid dat de wanpresterende verkoper tegen de commissionair zegt: “Gij lijdt de schade niet, doch Uw opdrachtgever”. Hij wijst daarmee op de vertegenwoordiging, waardoor het belang bij de achterman ligt. Komt echter de opdrachtgever zelf met zodanige vordering, dan zegt de verkoper: “Gij zijt niet mijn wederpartij uit het contract; Gij kunt niet daaruit ageren (art. 78 K.)”. Dan haalt de verkoper onder terugdringing van het vertegenwoordigingselement het aspect naar voren dat de commissionair zichzelf verbond. Vgl. Scheltema, “Verspreide Geschriften”, p. 53 e.v.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb4641f203aa2340408820e275454df4329af8b563c7610bce2ec5c080a321a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb4641f203aa2340408820e275454df4329af8b563c7610bce2ec5c080a321a2, en de alinea staat in dat document op bytes 15700 tot 16597.