Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1977

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1977

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1977, ECLI:NL:PHR:1977:AC1877.

Men kan stellen dat uit het wettelijke systeem, waarin enerzijds het zichzelf verbinden van de commissionair tot uitgangspunt wordt genomen (art. 76 K.) en anderzijds iedere vordering over het hoofd van de commissionair heen van de verkoper tegen de committent dan wel omgekeerd wordt uitgesloten (art. 78 K.), volgt dat het belang - ook dat van de opdrachtgever - voor wat betreft de door de commissionair met de verkoper gesloten overeenkomst geheel in zijn handen gebundeld blijft en dat hij derhalve de aangewezen persoon tot ageren is, indien dit belang door de wederpartij uit het contract geschonden mocht blijken. Men kan toch de wet niet aanwrijven dat het de bedoeling zou zijn de derde, die met een commissionair handelt, voor zodanige acties te vrijwaren, hetgeen uit de anders bestaande, hier reeds genoemde onevenwichtigheid zou volgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb4641f203aa2340408820e275454df4329af8b563c7610bce2ec5c080a321a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb4641f203aa2340408820e275454df4329af8b563c7610bce2ec5c080a321a2, en de alinea staat in dat document op bytes 16603 tot 17466.