Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1977

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1977

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1977, ECLI:NL:PHR:1977:AC1877.

Dit houdt enerzijds in, dat hij nakoming zal kunnen en in zijn verhouding tot de committent onder omstandigheden ook zal moeten vorderen, en anderzijds dat hij ingeval van een hapering in de nakoming zal moeten trachten te bereiken dat deze hapering verholpen wordt. In deze zin Asser-van der Grinten 2,I (1973), p. 67/68. Daartoe kan men ook rekenen het vorderen van niet alleen vervangende schadevergoeding (vgl. Meijers, V.P.O. III, p. 51 e.v.; Scheltema, “Verspreide Geschriften”, p. 58/59; Suijling II,1 - 1934 - no. 361, p. 566, 567; Hofman-van Opstall - 1959 - p. 88; Asser-Rutten 4,I - 1973 - p. 199 bovenaan; Snijders, R.M.Th. 1969, p. 18-21) doch ook vergoeding van de totaal geleden schade door de wanprestatie, welke vergoeding hij uiteraard verplicht is door te betalen aan zijn opdrachtgever [betrokkene 2] . Via de door Meijers t.a.p. als derde mogelijkheid genoemde rechtsfiguur van de “trust” komt Uniken Venema, “Trustrecht en Bewind”, Prf. Groningen 1954, p. 300/301 tot een soortgelijke mogelijkheid, waarover Schoordijk in zijn Intreerede Tilburg 1964, p. 14 e.v. en van Schilfgaarde, “Toerekening van rechtshandelingen”, Prf. Groningen 1969, p. 127/128. Vgl. voorts art. 7.7.3.3. lid 2 en 3 N.B.W. met Toel., p. 1007, 1008.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb4641f203aa2340408820e275454df4329af8b563c7610bce2ec5c080a321a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb4641f203aa2340408820e275454df4329af8b563c7610bce2ec5c080a321a2, en de alinea staat in dat document op bytes 18543 tot 19817.