Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 september 1977
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 14 september 1977
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 september 1977, ECLI:NL:PHR:1977:AX3189.
Middel II betoogt primair , dat het vermogen van de stichting voor de heffing van de inkomstenbelasting aangemerkt moet worden als vermogen van de belanghebbende. Het aanvaardt daartoe implicite en overeenkomstig 's Hofs uitspraak ("omtrent het geschil", blz. 14), "dat de lijfrente-premies ... het vermogen van belanghebbende hebben verlaten", maar houdt staande, dat deze civielrechtelijke constatering fiscaalrechtelijk niet gevolgd behoort te worden. Het leest dit onderscheid in de rechtsoverwegingen van H.R. 4 april 1973, BNB 1974/20, blz. 81, regels 20-27.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/700fdf2fa28f75e9c239e549d4acee4cc7e2c857b90b4de2ef850650effe6a99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 700fdf2fa28f75e9c239e549d4acee4cc7e2c857b90b4de2ef850650effe6a99, en de alinea staat in dat document op bytes 23683 tot 24343.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/700fdf2fa28f75e9c239e549d4acee4cc7e2c857b90b4de2ef850650effe6a99 | shasum -a 256