Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 september 1977

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 14 september 1977

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 september 1977, ECLI:NL:PHR:1977:AX3189.

In mijn conclusie voor H.R. 22 oktober 1975, BNB 1976/26 met noot Van Dijck, gaf ik als mijn persoonlijke mening te kennen, dat de regeling van de artt. 31 e.v. A. W.R. uitsluit, dat inzake directe rijksbelastingen het leerstuk der wetsontduiking wordt toegepast zonder dat de ten dienste van de rechtsbescherming in het leven geroepen waarborgen van de artt. 32 e.v. A.W.R. in acht zijn genomen. In hetgeen volgt, zal ik echter uitgaan van de jurisprudentie, waarin het leerstuk der wetsontduiking in zake directe rijksbelastingen meermalen is toegepast buiten de artt. 31 e.v. A. W. R. om (verg. Fiscale encyclopedie de Vakstudie, Algemeen deel, aantt. 35 e.v. op art. 31 A. W. R.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/700fdf2fa28f75e9c239e549d4acee4cc7e2c857b90b4de2ef850650effe6a99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 700fdf2fa28f75e9c239e549d4acee4cc7e2c857b90b4de2ef850650effe6a99, en de alinea staat in dat document op bytes 29657 tot 30354.