Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 september 1977

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 14 september 1977

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 september 1977, ECLI:NL:PHR:1977:AX3189.

Naar het mij voorkomt, zou dit betoog juist zijn, indien de feiten waar het op gebaseerd is, juist zijn: indien een stichting wordt opgericht die hoofdzakelijk ten doel heeft de behartiging van belangen van een bepaalde natuurlijke persoon en zijn echtgenote, en die stichting zich zou beperken tot het optreden als wederpartij van die persoon bij het sluiten en effectueren van een overeenkomst van lijfrente - met een zekere herverzekering -, dan zou op ongebruikelijke en gekunstelde wijze een rechtstoestand in het leven zijn geroepen, welke geen andere reële praktische betekenis heeft dan de situatie waarin die persoon zelf de uitgelegde gelden zou beleggen en zelf de "herverzekering" zou sluiten, en dan zouden het doel en de strekking van de inkomstenbelasting, in het bijzonder van de bepalingen waarin de genieter van de bestanddelen van het onzuivere inkomen wordt aangewezen, en van art. 45, lid 1, letter d, en lid 2, I.B. '64, worden gemist, zo die aldus in het leven geroepen rechtstoestand aan de belastingheffing ten grondslag zou worden gelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/700fdf2fa28f75e9c239e549d4acee4cc7e2c857b90b4de2ef850650effe6a99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 700fdf2fa28f75e9c239e549d4acee4cc7e2c857b90b4de2ef850650effe6a99, en de alinea staat in dat document op bytes 31759 tot 32837.