Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 1977

Alinea 6 Parket bij de Hoge Raad 24 februari 1977

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 1977, ECLI:NL:PHR:1977:AX3510.

van ƒ 215.000,-. Het Hof heeft, in overeenstemming met het standpunt dat de Inspecteur had ingenomen bij de aanslagregeling, de vergoeding gerekend tot het belastbare inkomen van de belanghebbende over 1973, dat daarmede komt op ƒ 223.291,-. Het beroepschrift in cassatie voert slechts aan, "dat de bedoelde uitspraak van het Gerechtshof, waarbij de bestreden uitspraak (van de Inspecteur) werd gehandhaafd, niet in stand kan blijven. De grieven, alsmede de toelichting op deze grieven, welke [X] bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch naar voren heeft doen brengen, worden hier herhaald en dienen als ingelast te worden beschouwd." Deze formulering heeft geleid tot een discussie in het vertoogschrift in cassatie van de Staatssecretaris, blz. 1, en het pleidooi van de geëerde raadsman van de belanghebbende (pleitnota in cassatie, blz. 2), of hier sprake is van "bepaalde grieven" tegen de uitspraak van het Hof dan wel slechts de mogelijkheid van cassatie ambtshalve zou overblijven. Naar mijn gevoelen betekent de geciteerde formulering, dat de belanghebbende het door hem vóór het Hof aangevoerde door de uitspraak in geen enkel opzicht weerlegd acht en dat derhalve hetgeen eerder werd aangevoerd, als grief tegen ’s Hofs uitspraak is blijven bestaan. De wet verlangt van het beroepschrift in cassatie zeker niet meer dan dat. Of wellicht overwegingen van deferentie jegens het Hof dan wel van processuele aard ertoe leiden nader op ’s Hofs overwegingen in te gaan, is ter beoordeling voorbehouden aan de rekwirant van cassatie. (Eén onmiskenbaar voordeel heeft de thans gebruikte formulering: nova in cassatie kunnen aldus niet voorkomen.) Het Hof heeft in het geschil drie geschilpunten onderscheiden, die ik in navolging van het Hof aanduid met de cijfers 1, 2 en 3 en in die volgorde behandel 1 . Nadat de gemachtigde van de belanghebbende in het bezwaarschrift een viertal grieven tegen de aanslag had aangevoerd, waaronder de grief, dat de vergoeding van ƒ 215.000,- ten onrechte tot zijn belastbare inkomen over 1973 was gerekend, is aan de gemachtigde op 17 juni 1975 toegezonden een formulier, waarvan de tekst, voor zover thans van belang luidt: "Uitspraak op het bezwaarschrift. De inspecteur der directe belastingen; Uitspraak doende op het bezwaarschrift, ingediend tegen de ..… aanslag; Overwegende, dat aan het bezwaar kan worden tegemoetgekomen; dat in verband hiermede rekening dient te worden gehouden met de hieronder afgedrukte gegevens; Besluit een vermindering te verlenen tot het in kolom 9 vermelde bedrag. De inspecteur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a33654c4ced3397ba2de362bc4ac724f6a833b1ae5fd7e33fb0fca263398567. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a33654c4ced3397ba2de362bc4ac724f6a833b1ae5fd7e33fb0fca263398567, en de alinea staat in dat document op bytes 5484 tot 8215.