Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 1978

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 1978

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AB7159.

Dat in het kader van art. 1623e lid 1 onder 2° B.W. jegens deze verhuurster - een pensioenfonds - slechts een op geld waardeerbaar nadeel zou mogen spelen - zoals in cassatie bepleit -, vindt geen enkele aanhaking in de wetsgeschiedenis en is zonder meer bij de in de wet gebezigde begrippen niet aannemelijk. De stelling is trouwens in het middel niet terug te vinden. Men vergelijke Kamphuisen, N.J.B. 1960, p. 909–913, over de “Huurder als goed huisvader”, waarbij hij verdedigt dat daarbij in de huidige maatschappij meer dan alleen op geld waardeerbaar nadeel speelt. Door het opnemen van desbetreffende bepalingen in het huurcontract, b.v. ter bescherming van omwonenden, kan een handelen in strijd met deze norm naar zijn mening ook eerder aan de orde zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5804ddd8715bb9264bc3b9a286b86240a677b44fd8017f7fc74913fcc53cee8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5804ddd8715bb9264bc3b9a286b86240a677b44fd8017f7fc74913fcc53cee8, en de alinea staat in dat document op bytes 10993 tot 11777.