Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1978
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1978
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AC6324.
De rechtspraak van de Hoge Raad is m.i. in overeenstemming met die van de Hoge Raad van Holland, Zeeland en Westfriesland, die bij sententies van 31 oktober 1741 (Bijnkershoek, Obs.Tum.IV, no. 3261) en 28 juni 1742 (ald. no. 3289) heeft verstaan dat wat wederzijds is te presteren wederzijds voldaan moet worden en dat de door de ene partij verschuldigde prestatie niet geacht mag worden een voorwaarde te zijn voor het presteren door de andere, terwijl voldoende is dat de partij, die tot nakoming van het contract ageert, zich bereid verklaart om zijnerzijds te presteren. De exceptio non adimpleti contractus gaat — aldus dit rechtscollege — slechts alleen dan op wanneer de ene partij van haar zijde het contract niet kan nakomen dan nadat de andere partij eerst harerzijds de verschuldigde prestatie heeft verricht, en dat in dit geval de andere partij er zelf de oorzaak van is en belet dat haar niet voldaan wordt door de wederpartij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa6e3ee4060edd393a01711a5c63de8fc155f29323254a1cb0c791c56825b0a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa6e3ee4060edd393a01711a5c63de8fc155f29323254a1cb0c791c56825b0a0, en de alinea staat in dat document op bytes 10639 tot 11598.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa6e3ee4060edd393a01711a5c63de8fc155f29323254a1cb0c791c56825b0a0 | shasum -a 256