Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1978

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1978

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AC6324.

In het onderhavige geval kon de huurder, [eiser] , zijn verbintenis om de verschuldigde huurpenningen te betalen wèl nakomen ook zonder dat de verhuurster, [verweerster] , de op haar volgens art. 1586, aanhef en sub 3° B.W. rustende verplichting nakwam of behoorlijk nakwam, d.i. de verplichting om het verhuurde ‘’te onderhouden in zodanige staat dat het tot het gebruik waartoe het verhuurd is dienen kan’’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa6e3ee4060edd393a01711a5c63de8fc155f29323254a1cb0c791c56825b0a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa6e3ee4060edd393a01711a5c63de8fc155f29323254a1cb0c791c56825b0a0, en de alinea staat in dat document op bytes 11604 tot 12037.