Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 1978
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 1978
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AC6325.
Voor de beoordeling van het subsidiaire middel (II) moet er dan ook van worden uitgegaan, (a) dat Wibra haar optierecht jegens [verweerder] niet heeft ingeroepen, en (b) dat [eiser] zijn optierecht, steunend op zijn contract met Wibra, tegenover [verweerder] heeft ingeroepen (r.o. 6, eerste alinea). Duidelijkheidshalve stel ik voorop, dat het middel niet aanvoert dat [verweerder] door het optierecht in de overeenkomst [verweerder]-Wibra ook jegens [eiser] is gebonden. Onbesproken kan dan ook blijven, of de optie [verweerder]-Wibra onder de omstandigheden van het concrete geval ook aan de derde, [eiser], rechtens een zodanige bescherming verleent dat deze zich tegenover [verweerder] op die optie kan beroepen (zie hierover Larenz, “Lehrbuch des Schuldrechts” I, Allgemeiner Teil - 1976 - p. 184 e.v.. Aan de orde is slechts of [verweerder] gebonden is aan de optie Wibra-[eiser]. De vraag is of ‘s Hofs oordeel dat [verweerder] tegenover [eiser] niet gehouden was dat optierecht na te komen (r.o. 6, tweede alinea) en dat [eiser] derhalve aan zijn contract met Wibra geen rechten tegenover [verweerder] kan ontlenen (r.o. 6, derde alinea), door het subsidiaire middel terecht worden bestreden. Die vraag kan ook worden geformuleerd in termen van toepasselijkheid van art. 1376 B.W.: staat het in die wetsbepaling uitgedrukte beginsel er aan in de weg (vgl. H.R. 7 maart 1969, N.J. 1969, 249, m.n. G.J.S.) dat [eiser] zich tegenover [verweerder] beroept op een beding dat deel uitmaakt van de huurovereenkomst Wibra-[eiser]? De in het subsidiair middel onder A en B vermelde omstandigheden refereren rechtstreeks aan genoemd arrest van 1969, betreffende de “Gegaste Uien”. Daar ging het om de eventuele door- of derdenwerking (jegens N.) van een beding tot beperking van aansprakelijkheid, overeengekomen tussen de K. en de R., een gemeentelijke dienst. Uw Raad overwoog, dat N. “... onder de zich hier voordoende omstandigheden die ‘afspraken’, al was zij zelf daarbij geen partij, in redelijkheid toch tegen zich zal moeten laten gelden; dat zij immers blijkens ‘s Hofs arrest zonder enige beperking of nadere omschrijving aan de K. toestemming heeft gegeven haar uien, die in de cellen van de K. waren opgeslagen, door de R. te laten gassen, daarbij aan de K. de vrije hand latende bij het regelen van de opdracht aan de R., en aldus een situatie in het leven heeft geroepen waarin de Gemeente, zo zijn alle aansprakelijkheid voor de gevolgen die de gasbehandeling voor de uien zou hebben, heeft uitgesloten, er van heeft kunnen uitgaan dat die aansprakelijkheidsbeperking voor alle in de K.’s cellen opgeslagen en aan de R. ter behandeling gegeven uien zou gelden; dat het in art. 1376 B.W. uitgedrukte beginsel hieraan niet in de weg staat.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fe96e99cd9237fabd38f177301480aae505b747738397c6c6cccee0a5ae4752. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fe96e99cd9237fabd38f177301480aae505b747738397c6c6cccee0a5ae4752, en de alinea staat in dat document op bytes 12118 tot 15020.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8fe96e99cd9237fabd38f177301480aae505b747738397c6c6cccee0a5ae4752 | shasum -a 256