Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 1978

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 1978

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AC6325.

Bij grief B, die zich keert tegen de r.o. 9 en 10 heeft [eiser] geen belang, nu zijn stelling dat hij op grond van het optiebeding een kooprecht jegens [verweerder] had, door het Hof reeds is verworpen in r.o. 6. Hierdoor is aan de vordering van [eiser] de wezenlijke grondslag komen te ontvallen. De r.o. 9 en 10 dragen die verwerping (in r.o. 6) niet, zodat gegrondheid van grief B niet tot cassatie zou kunnen leiden. Overigens moge ik opmerken dat het Hof, in de r.o. 7 tot en met 10 onderzoekende of [verweerder] zich jegens [eiser] anderszins tot verkoop “op basis van” het optiebeding heeft verbonden, er kennelijk veronderstellenderwijs van is uitgegaan dat [eiser] zodanige feiten aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd. Nu dat onderzoek resulteerde in ‘s Hofs - geenszins onbegrijpelijk - oordeel dat ook dan niet tot gebondenheid van [eiser] kan worden geconcludeerd (r.o.10), is niet meer van belang of die veronderstelling juist is en kan de eventuele onjuistheid daarvan [eiser] niet baten. Ook hierop loopt m.i. grief B vast (H.R. 29 november 1968, N.J. 1969,194).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fe96e99cd9237fabd38f177301480aae505b747738397c6c6cccee0a5ae4752. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fe96e99cd9237fabd38f177301480aae505b747738397c6c6cccee0a5ae4752, en de alinea staat in dat document op bytes 27262 tot 28405.