Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 1978

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 10 november 1978

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AC6449.

Naar aanleiding van dit verzoek — zo vermeldt de bij de meergemelde conclusie overgelegde brief van 17 april 1975 van [betrokkene 3] , advocaat te 's-Gravenhage, aan Mr. van der Minne en [eiser] , zijn [betrokkene 1] te [plaats] , [betrokkene 4] te [plaats] en [betrokkene 3] tot arbiters benoemd om te arbitreren in de geschillen tussen [eiser] en [verweerder] gerezen "ter zake van de zgn. principe-overeenkomst" d.d. 25 juli 1974, nader omschreven in de voormelde brief van Mr. van der Minne aan het hoofdbestuur der KNMPh. [betrokkene 3] deelt in de bij de meergemelde conclusie in het geding gebrachte brief van 17 april 1975 mede dat de KNMPh in haar benoemingsbrief van 2 april 1975 stelt dat de scheidslieden zullen recht spreken als goede mannen naar billijkheid, zelf de wijze van procederen in zake de geschillen vaststellen, in hoogste ressort zullen rechtspreken en een beslissing over de kosten zullen nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baca153f4e29ecc4d542fd5dad484289c4a8fe1ffaf4294b8f0084086ddbde82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baca153f4e29ecc4d542fd5dad484289c4a8fe1ffaf4294b8f0084086ddbde82, en de alinea staat in dat document op bytes 6930 tot 7867.