Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 1978

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 10 november 1978

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AC6449.

[eiser] stelde in de dagvaarding, welke het geding voor de Rechtbank inleidt, dat tussen partijen omtrent de inhoud en uitvoering van de zgn. principe-overeenkomst ‘’een geschil is ontstaan, waarvan de berechting ingevolge een in deze overeenkomst vervatte arbitrale clausule werd opgedragen aan 3 scheidsrechters, te weten [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] , wier beslissing d.d. 15 januari 1976 gewezen is buiten de grenzen van het compromis als bedoeld in art. 649 sub 1° Rv., omdat de scheidslieden recht hebben gedaan als goede mannen naar billijkheid, zulks terwijl, aldus [eiser] , in de principe-overeenkomst slechts is bepaald dat geschillen, welke uit deze principe-overeenkomst mochten voortvloeien zullen worden onderworpen aan arbitrage door de KNMPh.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baca153f4e29ecc4d542fd5dad484289c4a8fe1ffaf4294b8f0084086ddbde82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baca153f4e29ecc4d542fd5dad484289c4a8fe1ffaf4294b8f0084086ddbde82, en de alinea staat in dat document op bytes 11292 tot 12098.