Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 1978
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 10 november 1978
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AC6449.
Het is de vraag of men het geval dat partijen aan arbiters de berechting hebben opgedragen op één lijn mag stellen met het onderhavige geval, waarin partijen bij de zgn. principe-overeenkomst zijn overeengekomen dat zij geschillen, welke uit deze overeenkomst mochten voortvloeien zullen onderwerpen aan arbitrage door de KNMPh, waarin tussen partijen een geschil uit deze overeenkomst voortvloeiende is opgekomen, en waarin de KNMPh op eenparig verzoek van partijen arbiters benoemt om op basis van de gewisselde stukken, als scheidslieden rechtsprekende, als goede mannen naar billijkheid op te treden. Ik neig tot een bevestigende beantwoording van deze vraag. Mocht de Hoge Raad het geval dat partijen aan arbiters de berechting hebben opgedragen op één lijn stellen met het onderhavige geval, dan kan [eiser] , die mede aan de KNMPh heeft verzocht arbiters te benoemen om op basis van de gewisselde stukken als scheidslieden rechtsprekende, als goede mannen naar billijkheid op te treden, m.i. kwalijk beweren dat arbiters gehouden waren recht te doen overeenkomstig de gewone regelen van het recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baca153f4e29ecc4d542fd5dad484289c4a8fe1ffaf4294b8f0084086ddbde82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baca153f4e29ecc4d542fd5dad484289c4a8fe1ffaf4294b8f0084086ddbde82, en de alinea staat in dat document op bytes 15443 tot 16564.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/baca153f4e29ecc4d542fd5dad484289c4a8fe1ffaf4294b8f0084086ddbde82 | shasum -a 256