Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 1978

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 10 november 1978

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AC6449.

Gaat het Hof in r.o. 3 van het bestreden arrest er van uit dat [eiser] had moeten stellen in welk opzicht de arbiters, oordelende, naar zij stelden, als goede mannen naar billijkheid, daarbij niet hebben geoordeeld overeenkomstig de gewone regelen van het recht, dan zou het Hof art. 649 aanhef en sub 1° Rv. hebben geschonden, omdat de in art. 649, aanhef, bedoelde beslissing als nietig kan worden bestreden in geval de beslissing is gewezen buiten de grenzen van een compromis in de zin van art. 649 aanhef en sub 1°, d.i., als gezegd, buiten de grenzen van de door partijen verstrekte opdracht, en degene die de beslissing als nietig wil bestrijden op de sub 1 vermelde grond kan volstaan met te stellen dat het sub 1° voorziene geval aanwezig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baca153f4e29ecc4d542fd5dad484289c4a8fe1ffaf4294b8f0084086ddbde82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baca153f4e29ecc4d542fd5dad484289c4a8fe1ffaf4294b8f0084086ddbde82, en de alinea staat in dat document op bytes 16818 tot 17585.