Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 1978
Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 12 april 1978
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AM4447.
De belanghebbende verkreeg krachtens erfrecht bij het overlijden, in 1974, van haar adoptiefvader (de erflater) onder meer een woonhuis, met schuur, hooiberg, boomgaard en weiland. De Inspecteur heeft, ter berekening van het successierecht, de waarde van het onroerend goed gesteld op f 80.000,--. De belanghebbende betoogt, met een beroep op de resolutie van 25 augustus 1965, no. D5/4310, PW. 17.691, Vakstudie-Nieuws (V.-N.) 6 oktober 1965, punt 17, en op de brief van de toenmalige Staatssecretaris van Financiën aan het Hoofdbestuur van de Broederschap der Notarissen in Nederland d.d. 24 februari 1966, gepubliceerd in het Correspondentie-blad van de Broederschap, maart 1966, deel 69, blz. 83 v., dat de waarde lager gesteld behoort te worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db760e48db52f39e84a4ef4d9b77f05babe1794a1e1ebe251b1d641654cf486b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db760e48db52f39e84a4ef4d9b77f05babe1794a1e1ebe251b1d641654cf486b, en de alinea staat in dat document op bytes 4805 tot 5605.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db760e48db52f39e84a4ef4d9b77f05babe1794a1e1ebe251b1d641654cf486b | shasum -a 256