Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AX2866.
Het met geval b parallel lopende geval wordt echter voor de vennootschapsbelasting anders opgelost dan voor de inkomstenbelasting: indien de vennootschap een vordering op haar aandeelhouder heeft, waarvoor zij uit hoofde van het aandeelhouderschap afziet van rente, dan vormt het bedrag van de redelijke rente een onttrekking (H.R. 1 februari 1928, B. 4219; 16 mei 1928, B. 4273; 25 juni 1928, B. 4299; 10 april 1929, B. 4491; 23 oktober 1929, B. 4591; 7 januari 1970, BNB 1970/62 met noot J.E.A.M. van Dijck, De Nederlandse onderneming 31 juli 1970, jaargang 3, blz. 759; Hof Amsterdam 7 februari 1963, BNB 1963/204; in gelijke zin ook Hof 's-Hertogenbosch 1 oktober 1971, BNB 1972/122, over een vordering op een zustermaatschappij). De particuliere aandeelhouder geniet in theorie de redelijke rente als inkomsten uit vermogen, maar kan haar weer aftrekken als kosten of persoonlijke verplichtingen. Is de aandeelhouder een lichaam dan behoort de redelijke rente enerzijds tot zijn winst, eventueel vallend onder de deelnemingsvrijstelling, en anderzijds tot zijn uitgaven (zie H.R. 8 juni 1960, BNB 1960/198 met noot P. den Boer).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2, en de alinea staat in dat document op bytes 13530 tot 14676.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2 | shasum -a 256