Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AX2866.

Dienovereenkomstig moet ook het met geval d parallel lopende geval - de vennootschap heeft een schuld aan haar aandeelhouder, die uit hoofde van het aandeelhouderschap afziet van rente - beschouwd worden als een verbijzondering van de algemene situatie, waarin de aandeelhouder een te lage prijs ontvangt voor zijn prestatie jegens de vennootschap. Ook in dat geval is het verschil tussen de normale prijs en de lage prijs een ‘‘informele’‘ kapitaalinbreng (H.R. 3 april 1957, BNB 1957/165 met noot M.J.H. Smeets). Het zelfde moet dan gelden voor de redelijke rente waarvan betaling achterwege is gebleven. Bij de aandeelhouder-ondernemer leidt de kapitaalinbreng tot toevoeging van de boekwaarde van de aandelen en daarmede aan de winst. Bij de particuliere aandeelhouder behoort de niet-ontvangen rente niet tot het belastbare inkomen. Het voordeel dat de vennootschap ten gevolge van de goedkope kapitaalverschaffing behaalt, kan bij latere uitdeling aan inkomstenbelasting onderworpen zijn, voor zover het het ‘‘gestorte kapitaal’‘ overtreft. Aangezien de vraag, of ‘‘informele’‘ kapitaalstorting het ‘‘gestorte kapitaal’‘ verhoogt, in het onderhavige geval niet aan de orde is, moge ik er te dezer plaatse aan voorbij gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2, en de alinea staat in dat document op bytes 17618 tot 18891.