Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AX2866.
Het door de Staatssecretaris in zijn beroepschrift in cassatie, blz. 2, gemaakte onderscheid ‘‘Informele kapitaalinbrengen kunnen zich naar zijn oordeel niet voordoen in de sfeer van de baten en lasten, doch uitsluitend in de vermogenssfeer.’‘ is, naar het mij voorkomt, vreemd aan het winstbegrip van de vennootschapsbelasting, althans voor wat betreft de in art. 2, lid 5, Vpb. '69 bedoelde lichamen (anders met betrekking tot de term ‘‘kosten’‘ H.R. 20 april 1977, BNB 1977/162 met noot A. Nooteboom). Gelijk ik uiteenzette, dwingt dat winstbegrip ertoe de transacties tussen de vennootschap en haar aandeelhouders te toetsen aan hetgeen objectief, redelijk, normaal is: heeft hetzij bij de vennootschap, hetzij bij de aandeelhouder de bedoeling bestaan de wederpartij te bevoordelen, dan moet de invloed daarvan uit de transactie geëlimineerd worden en moet het daaruit voortvloeiende verschil op rekening geschreven worden van het verkeer tussen de vennootschap en de aandeelhouder. Is sprake van een bevoordeling van de aandeelhouder, dan is er een onttrekking aan de vennootschap en zal door niemand, met name niet door de autoriteit die verantwoordelijk is voor de heffing van de belasting, verdedigd worden, dat zulks uitzondering zou kunnen lijden voor verschuivingen hetzij in de sfeer van de baten en lasten, hetzij in de vermogenssfeer. Maar ook indien sprake is van een bevoordeling van de vennootschap, ontbreekt enige aanwijzing, dat het zojuist bedoelde onderscheid gemaakt zou mogen worden (anders A.J. van Soest, Belastingen, 13e druk door P. den Boer, F.W.G.M. van Brunschot en J. van Soest, 1977, blz. 364): zou in die sfeer de door de aandeelhouder beoogde bevoordeling van de vennootschap als winst worden aangemerkt, dan zou tot die winst gerekend worden, hetgeen niet uit onderneming, maar uit het aandeelhouderschap wordt verkregen. Deze onevenwichtigheid kan niet gelezen worden in de eenvoudige en consequent uitgewerkte bepalingen waarin het winstbegrip is neergelegd en waarin baten en lasten, alsmede vermogensvoor- en -nadelen zonder onderscheid worden beheerst door één enkele formulering (in deze geest A.J. van Soest, BNB 1971/233, met betrekking tot lage rente; verg. ook V.-N. 10 mei 1975, punt 2, met betrekking tot hoge huur, ontvangen van een zustervennootschap).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2, en de alinea staat in dat document op bytes 18897 tot 21232.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2 | shasum -a 256