Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AX2866.

Ook uit de strekking van de bepalingen vloeit naar mijn mening het door de Staatssecretaris gemaakte onderscheid niet voort. Bij de aandeelhouder- ondernemer moet de winst, ook en met name in de sfeer van baten en lasten, bepaald worden met correctie van voor- en nadelen voortvloeiend uit het aandeelhouderschap (zie J.F. Spierdijk, Cahiers de droit fiscal international, LVIb, 1971, blz. 251). Dat hierover nauwelijks jurisprudentie en literatuur bestaat, kan een gevolg zijn van de omstandigheid, dat de problemen zich in de regel slecht laten isoleren: tegenover een nadeel dat de aandeelhouder zich ten behoeve van de vennootschap getroost, staat licht een voordeel dat hij te haren koste geniet (Spierdijk t.a.p., blz. 257 v.). Bovendien is in binnenlandse verhoudingen veelal aan een nauwkeurige analyse van de relatie geen fiscaalrechtelijke betekenis verbonden, zolang de aandeelhouder en de vennootschap van de zelfde cijfers uitgaan (Spierdijk t.a.p., blz. 253). Niettemin is het weinig twijfelachtig, dat in het geval van H.R. 3 april 1957, BNB 1957/165, de moedermaatschappij die goederen tegen een lagere prijs aan de dochtermaatschappij levert, naar Nederlands recht een winst maakt ten bedrage van het verschil tussen de normale prijs en de boekwaarde van de goederen; de normale prijs wordt bij haar geactiveerd door hem, voor zover hij de ontvangen lage prijs te boven gaat, bij te boeken op de boekwaarde van de aandelen in de dochtermaatschappij (zie Spierdijk t.a.p. , blz. 259). Desgelijks schrijft Spierdijk t.a.p., blz. 258, voor ‘‘ Loans P is a manufacturing company, not engaged in the lending business ... S. is a wholly-owned subsidiary of P ... P lends S funds ... The loan is on open account and without interest. With regard to Dutch P : Interest will be allocated to P on the amount which it could have charged to an independent third party for a loan contracted under similar circumstances and under the same conditions.’‘ De Ad b beschreven jurisprudentie gaat niet alleen aan de zijde van de (dochter-)vennootschap, maar ook aan die van de aandeelhouder-ondernemer niet op. Men zou kunnen zeggen, dat het aandeelhouderschap behoort tot de ‘‘bijzondere omstandigheden’‘, als bedoeld in H.R. 30 oktober 1968, BNB 1969/5. Van fiscaalrechtelijk belang is de kwestie ook in binnenlandse verhoudingen bij voorbeeld indien de aandeelhouder een lichaam is dat een beroep op de deelnemingsvrijstelling kan doen: het kan dan niet door voor een lening aan de dochtervennootschap geen rente te bedingen bereiken, dat een dienovereenkomstig hoger dividend ten volle belastingvrij zou blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2, en de alinea staat in dat document op bytes 22009 tot 24764.