Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AX2866.

Het beroep dat de Staatssecretaris doet (beroepschrift in cassatie, blz. 3) doet op ‘‘goed koopmansgebruik’‘, is mij niet geheel duidelijk. Het gaat in het onderhavige geval, naar ik uit de stukken afleid, uitsluitend om de vraag, hoe de winst van de belanghebbende in haar totaliteit bepaald moet worden: de vraag is, of de rente die haar aandeelhouder had kunnen bedingen, maar niet bedongen heeft, op de winst in mindering gebracht kan worden. Die vraag wordt beheerst door art. 8, lid 1, Vpb. '69 jo. art. 7 I.B. '64, eventueel ook in verband met art. 10, aanhef en letter a, Vpb. '69. Eerst indien vast staat, wat tot de totale winst behoort c.q. daarop in mindering kan komen, komt de vraag aan de orde, in welk jaar voor- en nadelen in aanmerking genomen worden (art. 8, lid 1, Vpb. '69 jo. art. 9 I.B. '64), en eerst bij de beantwoording van deze vraag speelt ‘‘goed koopmansgebruik’‘ een rol.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2, en de alinea staat in dat document op bytes 24770 tot 25700.