Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1978, ECLI:NL:PHR:1978:AX2866.
Nu kan men zich wel voorstellen, dat ook de laatstbedoelde kwestie in geschil zou zijn. Bij lang lopende leningen zal, gelijk ik uiteen zette, jaarlijks de toeneming van de contante waarde van de schuld ten laste van de winst komen; dat is in theorie iets anders dan het bedrag van de normale rente. Ook kan ik mij voorstellen, dat men zou verdedigen, dat de normale rente eerst afgetrokken mag worden op het ogenblik waarop het - dientengevolge hogere - dividend tot uitkering komt. Ik kan echter in de stukken niet lezen, dat voor geval de onderhavige redelijke rente bij de belanghebbende aftrekbaar is, er ook maar een ogenblik aan getwijfeld is, dat die aftrek van jaar tot jaar zou dienen plaats te vinden. Ook bij mij rijst trouwens bij kennisneming van de door het Hof vastgestelde feiten die twijfel niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2, en de alinea staat in dat document op bytes 25706 tot 26533.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9cfee2a737daedd27ecf3c03a4941a47387c28a65fc9455c86c0d86dfebbcc2 | shasum -a 256