Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 1979

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 1979

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AB7340.

Over de feitelijke toedracht, zoals door het Hof in zijn eindvonnis vastgesteld, is in eerste aanleg in wezen niets door partijen gesteld. In zijn memorie van grieven voert [verzoeker] daaromtrent aan dat hem over de gang van zaken bij de ontruiming niets bekend is en dat [verweerder] zijn stelling, dat als gevolg van de ontruiming goederen ter waarde van de gevorderde bedragen verloren zijn gegaan, dient te bewijzen. Bij memorie van antwoord stelt [verweerder], naar aanleiding van de derde appèlgrief, o.m. : "Appellant heeft niettegenstaande het Hofvonnis van diezelfde dag, in diens tegenwoordigheid uitgesproken, het gehuurde doen ontruimen, met alle consequenties van dien. Hij deed de goederen op het [a-straat 1] plaatsen ten prooi aan het publiek, zodat deze verloren gingen ........ Dat deed appellant op eigen risico met alle gevolgen van dien. Geïntimeerde kon daar "en plein public" zijn goederen niet beschermen. Dat had appellant - die, als gewaarschuwd man, ontruimde - moeten doen. " Ten pleidooie rept dan [verzoeker] raadsman, als gezegd, van een " ...... als gevolg van een per definitie vrij chaotische gedwongen ontruiming .... " verloren gaan van goederen en maakt de raadsman van [verweerder] gewag van " .... zonder enige voorzorg of bewaking "en plein public" op het [a-straat 1] .... " plaatsen, " ... ten prooi aan dit publiek". Na 's Hofs tussenvonnis heeft [verweerder], in persoon inlichtingen verstrekkende, de in r.o. 6 van het eindvonnis vermelde verklaring afgelegd omtrent de inventarisgoederen en zijn enkele getuigen gehoord, van welk een en ander het zich bij de stukken bevindende proces-verbaal is opgemaakt. In zijn conclusie na enquête gaat [verzoeker] niet in op het verloren gaan van het op het [a-straat 1] "en plein public" geplaatste gedeelte van de drankvoorraad; hij wijst er op dat causaal verband tussen de ontruiming en het verdwijnen van de inventarisgoederen ontbreekt omdat [verweerder] volgens zijn eigen verklaring deze goederen na de ontruiming zelf in bezit heeft genomen en vervoerd. Tegen deze laatste stelling voert [verweerder], in zijn conclusie van antwoord na enquête, verweer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a22e8bdfa6ae2b8235f2dc81ec9eb8d9466e078fbbaeab8e43d568f5a1729ba9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a22e8bdfa6ae2b8235f2dc81ec9eb8d9466e078fbbaeab8e43d568f5a1729ba9, en de alinea staat in dat document op bytes 17497 tot 19662.