Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 1979

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 1979

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AB7340.

Klaarblijkelijk is het Hof ten aanzien van de inventarisgoederen van hetzelfde uitgangspunt uitgegaan. In beginsel is het "verdwijnen" daarvan, kennelijk als gevolg van ontvreemding door een offmeer onbekenden, te beschouwen als voor risico van [verzoeker] komend gevolg van de ontruiming. Het niet of onvoldoende beschermd op het [a-straat 1] achterlaten van de drank en de inventarisgoederen komt voor rekening van [verzoeker]. Nu de ontruiming als zodanig onrechtmatig is geweest, geldt rechtens dat het nemen van maatregelen ter beveiliging op de weg van [verzoeker] had gelegen. Onbesproken kan blijven of de bij een geheel rechtmatige ontruiming door de executant ten opzichte van de geëxecuteerde in acht te nemen zorgvuldigheid (vgl. hierover HR 20 december 1940, NJ 1941, 365, m.n. E.M.M. ; HR 3 april 1947, NJ 1947, 381, m.n. E.M.M; HR 21 maart 1975, NJ 1975, 410) meebrengt dat de executant zodanige maatregelen neemt. Het achterwege laten van die maatregelen is bij deze achteraf onrechtmatig gebleken ontruiming aan [verzoeker] als executant toe te rekenen. Hierop loopt, als ik het goed zie, onderdeel C vast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a22e8bdfa6ae2b8235f2dc81ec9eb8d9466e078fbbaeab8e43d568f5a1729ba9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a22e8bdfa6ae2b8235f2dc81ec9eb8d9466e078fbbaeab8e43d568f5a1729ba9, en de alinea staat in dat document op bytes 21319 tot 22532.