Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 1979
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 11 september 1979
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AB7429.
De p.-g. richt zich tegen de overweging in het bestreden arrest (grosse, p. 2) volgens welke ‘’weliswaar de mogelijkheid niet valt uit te sluiten dat de wijze waarop het opsporingsonderzoek is verricht ertoe leidt dat het instellen van een strafvervolging zozeer indruist tegen de beginselen van een goede procesorde, dat de Officier van Justitie in zijn vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard’’, waaraan het hof heeft toegevoegd: ‘’maar dat zulks in deze zaak niet aannemelijk is geworden’’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1fb4fa7506ca99de9f7334f2d66b22d7abe004a0baba4a84afbf5ebb970c0af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1fb4fa7506ca99de9f7334f2d66b22d7abe004a0baba4a84afbf5ebb970c0af, en de alinea staat in dat document op bytes 17872 tot 18405.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b1fb4fa7506ca99de9f7334f2d66b22d7abe004a0baba4a84afbf5ebb970c0af | shasum -a 256