Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 1979
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 11 september 1979
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AB7429.
Over de niet-ontvankelijkheid van het o.m. zegt Minkenhof, Nederlandse Strafvordering, 3e druk 1967, p. 199: ‘’Een niet-ontvankelijkverklaring wordt uitgesproken, indien ten aanzien van het feit geen recht tot strafvervolging aanwezig is, bijv. wanneer bij een klachtdelict de klacht ontbreekt of het feit verjaard of daaromtrent reeds onherroepelijk beslist is.’’ Duisterwinkel- Melai (Het Wetboek van Strafvordering, losbl., aant. 11 op artt. 348–349) citeren de m.v.t.: ‘’De vraag wanneer de Officier van Justitie niet ontvankelijk is, wordt in het artikel (het huidige art. 348) niet met zoveel woorden beslist. Het is intussen duidelijk dat dit moet worden aangenomen, indien het recht tot strafvervolging of nimmer heeft bestaan (indien bij misdrijven, alleen op klachte vervolgbaar, geen klacht is gedaan), of indien het feit in verband met de plaats waar en het tijdstip waarop het werd gepleegd, niet onder de werking van de strafwet valt (artt. 1-8 w.v.Sr.) of sedert is vervallen.’’ De bewerkers van deze losbladige uitgave menen dat men in het algemeen kan stellen dat het o.m. niet ontvankelijk verklaard dient te worden in zijn vervolging, als het recht van strafvordering
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1fb4fa7506ca99de9f7334f2d66b22d7abe004a0baba4a84afbf5ebb970c0af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1fb4fa7506ca99de9f7334f2d66b22d7abe004a0baba4a84afbf5ebb970c0af, en de alinea staat in dat document op bytes 18530 tot 19748.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b1fb4fa7506ca99de9f7334f2d66b22d7abe004a0baba4a84afbf5ebb970c0af | shasum -a 256