Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 1979

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 11 september 1979

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AB7429.

Het door de veroordeelde voorgedragen middel baseert zich op de veronderstelling dat het recht van strafvordering ook niet bestaat als aan een algemene voorwaarde, zoals het inachtnemen van behoorlijkheidsregels bij de opsporing, niet is voldaan. ‘’Nemo auditur suam turpitudinem allegans’’ zei de raadsman van veroordeelde in zijn pleidooi voor het hof, die aan de cassatieschriftuur is gehecht. Het o.m. is immers verantwoordelijk voor de (richtige) opsporing (art. 148 jo 140 Sv.) en als die niet volgens de daaraan te stellen eisen is verricht, is het o.m. niet-ontvankelijk. Voor deze stelling lijkt hij enige steun te krijgen bij het hof, nl. in de boven geciteerde overweging, waartegen de p.-g. juist een grief heeft ingediend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1fb4fa7506ca99de9f7334f2d66b22d7abe004a0baba4a84afbf5ebb970c0af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1fb4fa7506ca99de9f7334f2d66b22d7abe004a0baba4a84afbf5ebb970c0af, en de alinea staat in dat document op bytes 21127 tot 21884.