Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 1979
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 11 september 1979
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AB7429.
‘’Hoe de rechter ook moge denken over de wijze, waarop het opsporingsonderzoek is verricht, zijn oordeel daaromtrent kan naar mijn mening nimmer redengevend zijn voor een beslissing inzake de ontvankelijkheid van het O.M.’’ schrijft de Amsterdamse p.-g. in de toelichting op zijn tweede middel. Die stelling kan ik wel onderschrijven. De mogelijke uitzondering is het geval waarin de wet een bepaalde opsporingsmethode als voorwaarde voor de vervolgbaarheid van een delict voorschrijft (Warenwet), hetgeen hier niet van belang is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1fb4fa7506ca99de9f7334f2d66b22d7abe004a0baba4a84afbf5ebb970c0af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1fb4fa7506ca99de9f7334f2d66b22d7abe004a0baba4a84afbf5ebb970c0af, en de alinea staat in dat document op bytes 25116 tot 25668.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b1fb4fa7506ca99de9f7334f2d66b22d7abe004a0baba4a84afbf5ebb970c0af | shasum -a 256