Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 1979
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 7 december 1979
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AC0076.
Het onderdeel bevat vervolgens de grief dat het hof ten onrechte niet althans onvoldoende gemotiveerd heeft beslist op de stelling van [eiser] dat het in 1970 ter plaatse vigerende voorbereidingsbesluit ex art. 21 Wet op de ruimtelijke ordening partijen - en dus ook [eiser] - de zekerheid gaf dat het pand zou worden gesloopt. Het komt mij voor dat deze grief feitelijke grondslag mist voor zover daarin wordt miskend, dat het hof op bedoelde stelling klaarblijkelijk wel heeft beslist, nl. door die te verwerpen, en wel in de overweging dat het [eiser] bekend moest zijn dat zodanige besluiten voor wijziging vatbaar zijn. Daarmee heeft het hof immers de door [eiser] ingeroepen "zekerheid" van de hand gewezen. De motivering door het hof van deze verwerping, nl. dat zodanige besluiten voor wijziging vatbaar zijn, behoefde als zuiver rechtsoordeel geen nadere motivering. Wat betreft het mogen vertrouwen op voorbereidingsbesluiten als het ten processe bedoelde, zie HR 11 juni 1976, Bouwrecht 1976 p. 771 met de noot van Crince Le Roy, met name onder 3 en 4, en diens bewerking van de losbladige "Ruimtelijke ordening", aant. 1, 5 en 8 op art. 21 Wet op de r.o. Hetgeen het onderdeel hieraan toevoegt omtrent "de essentie van de dwalingsregeling" doet aan het vorenstaande niet af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeb38549daa9cfda6dc0d85de8b5ef1c3b1806f99075fe4ef414d3afbecb18f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeb38549daa9cfda6dc0d85de8b5ef1c3b1806f99075fe4ef414d3afbecb18f9, en de alinea staat in dat document op bytes 15511 tot 16848.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eeb38549daa9cfda6dc0d85de8b5ef1c3b1806f99075fe4ef414d3afbecb18f9 | shasum -a 256