Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 1979
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 7 december 1979
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AC0076.
"[eiser] heeft gesteld dat hem eerst op 2 februari 1973 een aanmaning is gestuurd de onderhavige overeenkomst na te komen, zulks nadat hijzelf aan de Gemeente had gevraagd een deel van het onderhavige pand als bedrijfsruimte te mogen gebruiken. De Gemeente heeft evenwel gesteld, en zulks is door [eiser] niet weersproken, dat zij bij brieven van 6 november en 11 december 1970 aan [eiser] heeft verzocht een notaris aan te wijzen, - welke brieven niet zijn beantwoord -, dat zij nadien herhaaldelijk tevergeefs heeft getracht contact met [eiser] te krijgen en haar aangetekend schrijven van 2 februari 1973 door [eiser] niet is geaccepteerd. In die omstandigheden is van rechtsverwerking geen sprake." Kennelijk heeft het hof - als iudex facti [eiser] desbetreffende derde appèlgrief in het licht van de memorie van grieven, p. 8 e.v., uitleggende - het beroep op rechtsverwerking aldus verstaan dat de Gemeente (volgen [eiser]) tussen december 1970 en februari 1973 heeft stilgezeten en aldus bij [eiser] het vertrouwen heeft gewekt dat de Gemeente op nakoming van de koopvereenkomst geen prijs meer stelde. De stelling dat de Gemeente heeft stilgezeten, heeft het hof in de geciteerde rechtsoverwegingen gemotiveerd verworpen. Het hof heeft daarmee tevens tot uiting gebracht dat het risico van de mislukking van de pogingen van de Gemeente om contact met [eiser] te krijgen, bij laatst- genoemde lag, zodat het door hem ingeroepen vertrouwen onvoldoende basis had en zijn investeringen, gedaan in dat vertrouwen, eveneens voor zijn eigen rekening en risico moeten blijven. Ik leid dat mede af uit 's hofs overweging omtrent de waardestijging van het huis, " ... dat deze waardestijging zijn beslag heeft gekregen in een periode waarin hijzelf nalatig was aan de uitvoering van de overeenkomst mede te werken." Het hof achtte [eiser] "nalatig", klaarblijkelijk in het tijdvak december 1970 - februari 1973. Zie over rechtsverwerking en negatief belang mijn conclusie voor HR 5 april 1978, NJO 1978, 5, p. 15-16, en de daarin genoemde rechtspraak en literatuur.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeb38549daa9cfda6dc0d85de8b5ef1c3b1806f99075fe4ef414d3afbecb18f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeb38549daa9cfda6dc0d85de8b5ef1c3b1806f99075fe4ef414d3afbecb18f9, en de alinea staat in dat document op bytes 18223 tot 20300.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eeb38549daa9cfda6dc0d85de8b5ef1c3b1806f99075fe4ef414d3afbecb18f9 | shasum -a 256